Het Israëlische parlement, de Knesset, heeft een controversiële wet goedgekeurd die de doodstraf als standaardstraf invoert voor Palestijnen die zijn veroordeeld voor het uitvoeren van dodelijke aanvallen op de bezette Westelijke Jordaanoever.
De wetgeving staat militaire rechtbanken toe om de doodstraf op te leggen zonder unanieme stemming, waardoor de drempel voor doodstraffen aanzienlijk wordt verlaagd. Executies worden verwacht binnen 90 dagen uit te voeren, waarbij meldingen aangeven dat ophanging de primaire methode is.
Premier Benjamin Netanyahu steunde de maatregel, terwijl minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir (een van de belangrijkste voorstanders) het prees als een noodzakelijke stap om aanvallen af te schrikken.
De wet markeert een grote verschuiving in het Israëlische beleid, aangezien het land sinds de executie van Adolf Eichmann in 1962 zelden de doodstraf heeft toegepast.
Critici, waaronder Europese regeringen, de Europese Unie en mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International, hebben de maatregel veroordeeld als discriminerend en mogelijk een schending van het internationaal recht. De Palestijnse president Mahmoud Abbas veroordeelde de wet ook en noemde het een poging om Palestijnen te intimideren.
De wetgeving kan nog steeds worden aangevochten bij het Israëlische Hooggerechtshof, maar de goedkeuring ervan heeft de spanningen al geïntensiveerd en brede internationale bezorgdheid veroorzaakt.